Deelnemers

• Vier categorieën: groep 5/6 jongens, groep 5/6 meisjes, groep 7/8 jongens en groep 7/8 meisjes.
• Atletiek is een individuele sport.
• Het atletiektoernooi bestaat uit vier onderdelen: 60 meter sprint, verspringen, hoogspringen en kogelstoten.
• Tijdens de Mini Final doen leerlingen aan alle onderdelen mee en zijn er geen finales.
• Een leerling doet mee als de naam op de deelnamelijst staat.
• Een leerling wordt uitgesloten van deelname als hij/zij niet op tijd aanwezig is bij een onderdeel.
• De beste leerling per categorie per onderdeel per gebied gaat naar The Final.
• Tijdens The Final doen leerlingen aan alle onderdelen mee.

Kleding

• Aanbevolen wordt een strak zittend sporttenue
• Elke deelnemer krijgt een borstnummer opgespeld

Onderdeel 1: 60-meter sprint

Afmetingen & materiaal

• Sprinten wordt buiten uitgevoerd over 4 banen van 1,3 meter breed. De sprintbaan heeft een uitloop van 10 meter aan de achterzijde en 5 meter aan de voorzijde.

Spelregels & techniek

• Het sprinttoernooi bestaat uit diverse ronden. In een knock-out systeem sprinten 4 leerlingen tegen elkaar, de beste twee leerlingen plaatsen zich voor de volgende ronde. Dit gaat door tot de beste 4 leerlingen tegen elkaar sprinten en de nummers 1 t/m 4 aangewezen kunnen worden.
• Bij het gelijk eindigen van twee leerlingen in de laatste ronden lopen deze twee leerlingen nogmaals tegen elkaar.
• Bij een 2e valse start van één leerling wordt hij/zij uitgesloten van deelname.
• Bij het lopen of eindigen in een andere baan wordt een leerling niet opgenomen in de uitslagenlijst.

Onderdeel 2: Verspringen

Afmetingen & materiaal

• Verspringen wordt binnen of buiten uitgevoerd.
• Leerlingen hebben een aanloop van maximaal 18 meter, de landingsmat/ zandbak is 5 x 3 meter. De landingsondergrond kan per gebied verschillen.
• De afzetbalk wordt minimaal 1 meter voor de mat of bak geplaatst.

Spelregels & techniek

• Leerlingen krijgen twee sprongpogingen, de beste poging geldt.
• De dichtstbijzijnde afdruk in het zand/ op de mat geldt (ook handen en achterwerk).
• De sprong is ongeldig in de volgende gevallen:
o Als een gedeelte van de voet op de afzetbalk staat.
o Als  met 2 voeten wordt afgezet.
o Als twee keer achter elkaar geweigerd wordt.
• Bij een gelijke stand wordt de afstand van de andere poging meegenomen.
• Bij gelijke stand van de nummers 1, 2 en/of 3 wordt nogmaals gesprongen.

Onderdeel 3: Hoogspringen

Afmetingen & materiaal

• Hoogspringen wordt binnen of buiten uitgevoerd.
• De aanloop is maximaal 18 meter, landing is op een opblaasbare mat van 4 x 3 x 0,60 meter. De lat is voor de opblaasbare mat geplaatst

Spelregels & techniek

• Leerlingen krijgen twee sprongpogingen per hoogte, de beste poging geldt.
• De lat wordt na de eerste poging 10 centimeter hoger gelegd, daarna gaat de lat per poging 5 centimeter omhoog.
• De aanvangshoogten op The Final zijn:
o groep 5/6 meisjes; 95cm
o groep 5/6 jongens en groep 7/8 meisjes; 105cm
o groep 7/8 jongens; 115cm.
• De sprongtechniek moet gelijkenis vertonen met de fosbury flop. Er moet rugwaarts/ zijwaarts gesprongen  worden.
• Een sprong is ongeldig in de volgende gevallen:
o Wanneer met twee voeten wordt afgezet
o De mat aangeraakt wordt voor de sprong
o Twee keer achter elkaar geweigerd wordt
• Bij een gelijke stand wordt de hoogte van de andere poging meegenomen

Onderdeel 4: Kogelstoten

Afmetingen & materiaal

• Kogelstoten wordt binnen of buiten uitgevoerd.
• Het stootgebied heeft een lengte van 18 meter en breedte van 10 meter aan het einde.
• Er wordt gestoten met indoorkogels, voor groep 5/6 weegt de kogel 1kg, voor groep 7/8 weegt de kogel 2kg.

Spelregels & techniek

• Leerlingen krijgen twee pogingen, de beste poging geldt.
• De kogel wordt onder en tegen de kin geplaatst
• Met het strekken van de arm wordt de kogel gestoten.
• Een stootpoging is ongeldig in de volgende gevallen:
o Als de kogel gegooid wordt
o Als buiten het stootgebied gestoten wordt
o Als over of op de voorste ‘balk’ gestapt wordt na de stoot
• Bij een gelijke gestoten afstand wordt de afstand van de andere poging meegenomen.
• Bij gelijke stand van de nummers 1, 2 en/of 3 wordt nogmaals gestoten.

Bij regels die niet vermeld staan, beslist de wedstrijdleiding.
De officiële atletiek regels van de KNAU gelden naast deze aangegeven regels.

Heeft u het antwoord gevonden?